UTB ultraloop

UTB ultraloop 2011: van helemaal leeg op 35 km naar vleugels op 100km

Na 30 jaar ben ik zojuist teruggekeerd naar Kerkrade en de afgelopen 10 jaar heb ik

in de franse Savoie gewoond, voornamelijk rondom Albertville. Ik was lid van Endurance Grignon, een leuke lokale club met 95% opkomst bij de jaarlijkse statuten!

Voor trails is dit gebied een Walhalla, waarbij alle technische aspecten en moeilijkheden aan het licht komen. Ik wil graag mijn ervaring die ik voornamelijk de afgelopen 5 jaar heb opgedaan met jullie delen!

In deze periode heb ik een gestage opbouw doorgaan: via de Peter Rusmanloop als mijn eerste wedstrijd ooit, tot aan de inschrijving van de UTMB 2012, die ik tot groot verdriet vanwege mijn verhuizing heb moeten afblazen.

Ik hoop in een later stadium mijn overige ervaring op het gebied van training, voeding, kleding, wedstrijdstrategie etc toe te voegen.

In juli 2011 en augustus 2011 heb ik de UTB (Ultra trail du Beaufortain, 106km en 6000m hoogteverschil) en de TDS (sur les Traces des Ducs de Savoie, 120km en 7000m hoogteverschil) met succes maar vooral erg veel plezier afgerond.

De UTB (http://www.ultratour-beaufortain.fr/, zie ook het 3D kaartje) is mij het sterkste bijgebleven en daarvan doe ik nu verslag. In de traditie van het franse blad Ultrafondus is dit uitgebreid en gedetailleerd, maar met hart geschreven. De beleving van de wedstrijd staat hier centraal.

Er staat een gps-opname op

http://connect.garmin.com/activity/99937208, de laatste plm 27 km ontbreken.

Het is een knusse kleinschalige loop van 300 à 400 deelnemers, waarbij de winnaar misschien net iets meer dan een stuk kaas krijgt. Alle overige deelnemers krijgen trouwens ook een stuk Beaufort kaas en de finishers een mooi t-shirt. Het parcours maakt globaal een ovaal die vrijwel volledig over bergkammen gaat. De inschrijfkosten, die in Frankrijk nu regelmatig over de 1 Euro per km gaan blijven ook ruim binnen de perken.

Queige (spreek uit: Kèèzje), zaterdag 16 juli 2011 3.45h:

Donker en nog fris. Losse lange mouwen aangedaan, maar niet mijn jas want dat gaat al snel te warm worden. het belooft een mooie dag te worden. Dit is mijn eerste ‘echte’ ultraloop: in mijn hoofd begint die pas vanaf boven de 100km. Ik ben best nerveus over of ik het ga halen, maar waarom ook niet want ik heb er al een paar van 70 achter de kiezen?

Het terrein ken ik min of meer al van eerdere trainingen met als uitzondering het gebied rondom de fameuze Pierra Menta. Ik heb mijn Garmin 305 om met hartslagmeter en zelfgeknutseld USB opladertje om te testen, zodat ik onbeperkt kan opnemen.

Bij ultra’s heb ik vrijwel nooit iemand een warming-up zien doen (waarom zou je?), toch is dit zinvol.

Ik heb zelf gemerkt dat er ergens tussen een hartfrequentie van 145 en 155 een omslagpunt ligt na 2-5 uur activiteit: mijn maag kan helemaal niets meer verdragen en van sportgels moet ik dan kokhalzen.

Zonder een alarmpiepje in te stellen waar je gek van wordt besluit ik om deze wedstrijd rond een gemiddelde harslag van 142 te blijven. Dat verschil voel je nauwelijks maar betaal je duur tijdens een ultra, omdat je zo heel snel je glucose-voorraad er doorheen jaagt. Als die op is, dan is je lichaam ook niet meer in staat om je vet-vooraad te verbranden en sta je ineens met een lege tank.

Mijn grote harde les was de Templiers in Millau in 2010 (70km, 3000m hoogteverschil): te snel vertrokken met ongeteste voedingssupplementen. Gedurende 25km ging het heerlijk maar in één klap kwam er één grote muur opzetten: geen beenkracht meer, maag volledig in de knoop en non-stop keiharde regen, waarbij je je bergaf op natte kleigrond beter op je kont kon laten glijden dan proberen te blijven lopen. Behalve spikes geeft geen enkel profiel hier houvast. Ik heb mijn rechter-teennagel hard tegen een boomwortel gestoten en later verloren. Een Clublid, Jean-Louis genaamd is vanaf 30km bij mij gebleven en een enorme steun geweest.

Ik verberg niet dat ik na een lijdensweg van 45km en 9 uur bij de finish even heb gejankt, maar wel tot bij de essentie van ‘WAAROM DOE IK DIT?’ ben gekomen. Ik kan het niet mooier en krachtiger beschrijven dan het fragment van David Blaikie in Jason Robillard’s “The Barefoot Running Book”:

TESTING HUMAN POTENTIAL

Perhaps the genius of ultra running is its supreme lack of utility. It makes no sense in a world of space ships and supercomputers to run vast distances on foot. There is no money in it and no fame, frequently not even the approval of peers. But as poets, apostles and philosophers have insisted from the dawn of time, there is more to life than logic and common sense. The ultra runners know this instinctively. And they know something else that is lost on the sedentary. They understand, perhaps better than everyone, that the doors to the spirit will swing open with physical effort. In running such long and taxing distances they answer a call from the deepest realms of their being-a call that asks who they are”

Vooral die laatste 2 zinnen maken alles goed, ook al duurt dat besef maar een paar seconden gedurende een race van 20-40uur!

3.50h: Briefing door de organisateur François Camoin: Ontzettend aardige vent, manier van praten herkenbaar uit duizenden. “Départ uuuunh dans uuuuunh dix UUUUUUUUNH minutes”. Geen bijzonderheden, behalve dat door het weigeren van toestemming van doorgang op een privé-terrein het parcours van 103 naar 106km gaat! Er heerst een typerende gemixte stemming van gezelligheid, opgewondenheid, opgefoktheid en nervositeit.

3.55h: “Départ uuuunh dans uuuuunh cinq UUUUUUUUNH minutes”. Yes! De rode fakkels gaan aan en de eeuwige Carmina Burana van Orff bij ultras wordt gespeeld. “WE ZIJN ECHTE KRIJGERS”!

Op populaire wijze wensen ik en mijn clubleden elkaar succes: “Merde alors”!

Ik houd helemaal niet van rennen met loopstokken in mijn handen, die belemmeren mijn armzwaai. Maar in de wetenschap dat het gelijk 2000m omhoog gaat en dat ik comfortabel tijdens een wedstrijd tot 3000m hoogteverschil kan gaan zonder stokken, houd ik ze klaar.

4.00h: Start! Je hartslag maakt onvermijdelijk een piek in dit woud van hoofdlampjes. Om me niet gek te laten maken start ik vrij ver achteraan, maar tsjonge wat gaan ze snel van start! Het gaat heel snel stijl omhoog naar de Roche Pourrie via Marolland, op vooral enkelvoudige paden. Inhalen is lastig en kost veel extra kracht en je wilt je ook niet laten opjagen wanneer iemand in je nek staat te hijgen. In deze fase is het erg lastig om een gemene deler te vinden, omdat je nu nog alle niveaus op een kluitje bij mekaar hebt, die al dan niet strategisch hun krachten verdelen. In de wetenschap dat ik een gemiddelde tot onder-gemiddelde klimmer ben, maar een ruim boven-gemiddelde afdaler, houd ik me gedeisd.

De afgelopen week heb ik met Henri, een collega van 70 maar zéér ervaren (Diagonale des Fous, Marathon des Sables,UTMB, Tor des Géants) en zijn vriend Thierry (rent altijd met zijn Husky) dit deel verkend. Heel rustig aangedaan, alléén natuurlijke producten gegeten en een maag die alles verdraagt. Dat stelt weer gerust!

Aangekomen op de Roche Pourrie begint het al een beetje te schemeren en gaat het over goed renbare paden. Toch moet je goed oppassen voor uitpuilende rotsstenen. Langs de Mont Mirantin gaat het naar de Col des Lacs naar beneden. Het vergt veel oefening en techniek om hier snel en licht naar beneden te rennen. Net over de rand van col de la Bathie voel ik al enige moeheid, maar die wordt gelijk vergeten door een prachtig schouwspel: de opkomende zon achter de Mont Blanc bij onbewolkte hemel! Ik zou bijna spontaan gaan applaudisseren! Met een stuk of 30 deelnemers zeggen we in koor: “AAAAHHH! QUE C’EST BEAU”.

Vlak bij de Col de la Forclaz (spreek uit: Forklà, net als bij Chamonix wisten de fransen ten tijde van Napoleon niet hoe met het locale accent die gekke uitspraken op te schrijven, dus hebben ze er een gekke letter achter gezet die niet wordt uitgesproken) gaat het stijl naar beneden over natte rotsen en modder naar het Lac de St Guérin. Voor natte rotsen ben ik bang geworden, want ik ben al twee keer achterover gegleden en vol op mijn stuitje gevallen. Dan kun je twee weken niet meer normaal lopen. Ik haal een hoop concurrenten in, maar word ingehaald door een stel dat nóg sneller is. Baas boven baas. Op een mengeling van modder en rots glij ik uit en haal mijn elleboog en heup open aan uitstekende takken. Gelukkig niks ernstigs.

Beneden aangekomen gaat het om het Lac St Guérin en over de indrukwekkende stuwdam weer omhoog. Ik kom een clublid als supporter tegen tot mijn verbazing en zeg: “Jij zou toch ook rennen?”

Zijn antwoord “ik heb de wekker vanochtend niet gehoord” geloof ik maar half, want hij is bij verre het meest ambitieuze lid van onze club. Ik ben te moe na 30km om daar over na te denken. Het gaat direct weer stijl omhoog en na 5km ben ik er helemaal doorheen. De batterijen zijn leeg, mijn hoofd draait en ik denk voor het eerst serieus aan stoppen. Verdomme, ik ben toch voor mijn doen te snel vertrokken en heb mijn eigen “142-regel” niet gerespecteerd!

Op de melodie van “En we gaan nog niet naar huis” begin ik vanzelf “En we zijn nog lang niet moe” te zingen. Er staan trouwens regelmatig supporters langs de weg die oprecht “courage” oftewel “houd moed” zeggen.

Dankuwel, maar ik doe dit toch voor mijn plezier?

Gelukkig heb ik inmiddels genoeg ervaring opgebouwd om te weten dat ik het tussen het 2e tot en met het 5e uur in een ultra lastig kan krijgen, maar dat dat weer voorbij gaat.

Precies op dit punt staan 2 clubleden als supporters, waaronder Jean-Louis van eerder! Van hen komt de “Gekke Henkie”-foto van mij hierboven.

Ik durf niet met 100% zekerheid te zeggen dat ik zonder hun zou zijn doorgegaan, in elk geval waren ze voor mij op dit moment van essentiele steun!

Ik deed een tijdje wat rustiger aan. Hoe dan ook, het feit dat een ander clublid die een paar minuten voor mij lag afhaakte gaf mij meer kracht. Je laagste aspecten komen ook naar boven!

Boven aangekomen kwam de eerste drankpost bij Cormet d’Arèches (“Cormè” is een oud lokaal woord voor top). Ik at wat kleine dingetjes en ik begon me weer wat beter te voelen. Ik besloot om nu echt in de ‘reserve’ te blijven lopen. Achteraf bezien was vooral mijn aerobische basisconditie zwak. Het boek van Dr Phil Maffetone “The Big Book of Endurance training and Racing” verschaft hierover veel informatie.

Drankposten brengen een raar fenomeen met zich mee: Ik heb erg veel respect voor alle vrijwilligers. Ik bedank ze altijd nadrukkelijk, neem de tijd om een praatje met ze te maken en neem vervolgens mijn eigen tijden weer heel serieus. Ik maak me enorm kwaad wanneer coureurs hun troep op het parcours achter laten zodat deze vrijwilligers die moeten oprapen.

Later, toen ik langs hetzelfde parcours kwam, realiseerde ik me dat ik me 10-15km van het parcours totaal niet meer kan herinneren, volledig blanco!

Aan het einde van dit stuk begon ik regelmatig een italiaanse te kruisen, die toevallig ook nog eens dezelfde voornaam heeft als mijn (italiaanse) vrouw. We bleken vrijwel hetzelfde tempo te hebben: langzaam omhoog en snel omlaag. Al lopende raakten we steeds vaker in gesprek en we besloten samen door te gaan.

Via de Col du Coin kwamen we langzaam in het meest ruige maar ook voor mij mooiste gedeelte van de Beaufortain bij Lac d’Amour aan. De fascinerende monoliet Pierra Menta, bekend van een 3 daags ski-evenement van hoog niveau, kwam in zicht. De legende gaat dat de reus Gargantua in een woede-uitbarsting een schop gaf tegen de rotsen in de Aravis (Haute-Savoie) en dat een groot stuk rots in de Beaufortain genaamd Pierra Menta belandde. Het “gat” in de Aravis lijkt inderdaad op het negatief!

Eén punt vind ik lastig bij sommige trails: ze gaan vaak door adembenemend mooie landschappen, maar het terrein is dermate technisch dat je bij iedere stap moet uitkijken waar je je voet zet. Je kunt echter vanwege de tijdsdruk niet stoppen om van het uitzicht te genieten! In tegenstelling tot een marathon neem je de tijd niet zo nauw. De tendens is echter om de tijdlimieten telkens scherper te zetten.

Via de Col du Presset tot aan de Brèche de Parozan is het landschap bijna buitenaards en adembenemend mooi, maar dus ook technisch. Voor een gemiddelde snelheid van 5km/uur hoef je je hier niet te schamen.

De afdaling van de Brèche de Parozan was geweldig, de italiaanse Roberta en ik borgen allebei onze stokken op, we gingen zigzaggend en bijna synchroon rennend naar beneden, terwijl veel deelnemers remmend met hun stokken bangelijk omlaag gingen. Er was geen tijd om echt naar de anderen te kijken omdat je toch uiterst geconcentreerd moest afdalen, maar die parallelle “flow” was echt ontzettend mooi. We zijn hier in één klap 30-40 plaatsen in het klassement omhoog geschoten!

Met uitzondering van zeer gladde hellingen waarbij je je stokken moet gebruiken om niet omlaag te glijden, berg ik mijn stokken zoveel mogelijk op. Op technische stukken moet je èn op je voeten èn op de plaatsing van je stokken passen. Dat gaat mij te langzaam. Ik heb inschuifbare 3-delige stokken die ik bij opbergen naar 2 delen breng en net als langlaufers met 2 elastieken op mijn rugzak bevestig. Dat vergt een beetje oefening, maar dat gaat toch vrij snel.

Eenmaal voorbij de Brèche de Parozan komt het landschap weer relatief tot rust, maar blijft toch nog technisch met rotspartijen ed. Als je maar een kleine interne motor hebt dan kosten dit soort parcoursen veel kracht en kun je je stuklopen. De kampioenen blijven hier doorrennen. Wij bleven gewoon in een stevig tempo wandelen.

Het deel van de Col de la Sauce via de Col du Croix de Bonhomme naar de Col du Bonhomme was voor het gevoel lang en qua landschap zijn mij geen bijzonderheden bijgebleven. Dit is het deel waar de TDS het parcours (‘s nachts) kruist. De prachtige Cascade de la Balme lag bij deze editie helaas niet op het parcours.

Al kletsend kwamen we via de Col de la Fenêtre bij de Col de Joly aan bij de voorlaatste drankpost.

Bij dit soort wedstrijden zijn er altijd mentaal moeilijke stukken waar geen eind aan lijkt te komen. Dit stuk was er één van. Roberta begon vooral bij het stijgen echt moe te worden en het begon te schemeren. Ze zei dat ik maar in mijn eigen tempo door moest gaan. Ik was bang dat zij op het punt stond om af te haken en wilde haar met alle plezier mentaal ondersteunen op mijn beurt, maar aangezien ze onder meer de UTMB met succes had afgerond had ik een indicatie dat dit een ‘Tough Cookie’ was. Ik heb bij de Col du Joly ruim 20min de tijd genomen om te eten en te rusten. Ik was blij dat ik gewoon alles kon eten bij de drankposten en dus niet veel extra gewicht aan eigen voedsel had hoeven mee te nemen. De soep leek op dat moment het lekkerste dat ik ooit had gegeten en ik voelde mijn lichaam letterlijk terugkeren in de ‘turbo-stand’!

Na een korte periode van het opnieuw opstarten van mijn stijf geworden benen kon ik weer in mijn ritme komen en volgden er- zoals het in mijn beleving staat- 2 volle magische uren.

Het ging via de Col du Véry naar Mont Clocher. Het terrein was een stuk vlakker, ik had weer een ruime reserve, was helemaal niet meer moe en heb gedurende deze tijd geheel in mijn marathon-tempo kunnen rennen.

Mijn nog lang niet perfecte ChiRunning techniek kwam erg van pas: til je hakken op, laat je naar voren vallen, maar blijf vooral je lichte pasfrequentie van 180 stappen per minuut vasthouden. Ik had het gevoel alsof ik vleugels had, alles ging als vanzelf. De een na de ander die dan weer 500m, dan weer een kilometer voor mij lag verslond ik en ik stond toch versteld van hoe je lichaam zich weer kan oppakken.

De twee laatste zinnen van David Blaikie hebben hier zeer expliciet plaats gevonden en iedere keer wanneer ik terugdenk aan dit moment schiet me weer een brok in de keel.

Vanaf Mont Clocher begon het in de donkere nacht hard te waaien en te regenen. De moeheid sloeg weer een beetje toe, maar het ging gelukkig omlaag naar Les Saisies door de bossen met reflecterende bordjes. Dit was wederom zo’n stuk waar geen einde aan kwam, maar eenmaal in les Saisies aangekomen was dat weer vergeten. Gek hoe toch vooral de positieve aspecten blijven hangen!

Ik weet het nu absoluut zeker: IK GA HET HALEN! De laatste klim naar Mont Bisanne was ook ‘leuk’:

bij stijging stribbelden mijn benen nu echt wel tegen, en deze berg loopt omhoog in terrasvorm. Tot 5 keer toe heb ik gedacht dat ik aan de top was!

Hierop volgde één lange afdaling van 1500m, waarvan ik heb gesmuld. Kleine slingerpaadjes in het bos met mijn Petzl Myo RXP hoofdlamp die prima werkte. Vrijwel al mijn voorliggers hadden geen benen meer om te rennen en ik ben ze voorbijgespurt. De laatste 10km heb ik enkel nog ingehaald en de laatste 35km ben ik 40 plaatsen gestegen in het klassement, van 162 naar 122 bij 286 deelnemers. Eenmaal de finish in zicht waren er nog een gemene 2km achter langs door het bos, vloeken helpt dan echt!

Tijd: 22h06:37 . Aankomst ongeveer om 2.00. Tevreden.

Bij de finish aangekomen was er bijna niemand meer, ik heb mijn finisher t-shirt in ontvangst genomen en ben gelijk terug naar huis gereden 10km verderop. In de auto schoot een vreselijke kramp in mijn rechterbeen en ik begon van vermoeidheid licht te hallucineren. Langs de weg stond een blok beton met een metalen plaat erboven op die ik eerst voor een stevig blonde vrouw met lang haar aanzag en meteen daarna als een hert. Ik ben heel voorzichtig doorgereden, want ik moest toch echt naar bed.

Toch geen sinecure, zo’n loop!

De Pastaparty de volgende dag:

Veel stijflopende wandelaars, maar iedereen is blij. Met Roberta is alles goed gegaan, ze is een uur later dan mij aangekomen. Ik heb later haar facebook-foto’s bekeken: Roberta voor de berg, Roberta op de berg, Roberta naast de berg in de sneeuw, je snapt het wel. Vrijwel al haar 300 facebookvrienden doen hetzelfde. Ik respecteer dat oprecht en vind bergen fantastisch, maar ik doe graag nog andere dingen.

De 24 uur na de race leef je nog volledig op je adrenaline-shot, maar de 3e-4e dag erna kreeg ik een grote terugslag van moeheid. Toch heb ik de donderdag erna gewoon weer getraind. Geen spierpijn, geen blessure, niks!

De winnaar Quentin Mercier, een jonge langlaufer uit de buurt, heeft er 13h51 over gedaan. Dit was zijn 1e ultra! Langlaufers staan erom bekend de hoogste VO2max te hebben. Die kaas heeft hij echt verdiend!

Share on FacebookShare on Google+Buffer this pageTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

3 reacties op “UTB ultraloop

  1. willem een mooi verhaal, een ontzettend uitdaging en ik weet niet of ik dit zou durven

    • Bedankt voor je commentaar, maar zoals je al weet beschouw ik dit soort evenementen vooral als een prachtige innerlijke ervaring die je met je medelopers deelt! Je moet over een goede maar niet uitzonderlijke conditie beschikken. Het is wèl een mentaal spelletje. Dus of je het zou durven kan ik niet voor je zeggen, maar je zou het wel beslist kunnen!

Reacties zijn gesloten.